Waarom Jasmijn vermoedt dat de plek die je inneemt in een ruimte, reflecteert hoe je in het dagelijkse leven beweegt.

Tijdens mijn eerste yogalessen deed ik erg mijn best om niet op te vallen in de yogaruimte. Ik was bang dat ik de instructies verkeerd zou opvolgen en dat ik niet goed genoeg zou zijn. Ik wist nog niet wat de bedoeling was van dit hele yoga-gebeuren en lag het liefst ergens in een hoek, achter in de zaal. Bij voorkeur naast mijn vriendin Lieke, om af en toe gekke bekken naar elkaar te kunnen trekken of samen ergens om te giechelen.

Tot in de laatste introles mijn yogadocent Marlene in mijn oor fluisterde: ‘Je mag je ogen ook open houden.’ Ik wist niet eens dat ik ze dicht had. Dat moment heeft letterlijk mijn ogen geopend voor de yogabeoefening. Ik dacht dat ik wist hoe ik met mijn lichaam omging, dat ik open stond en verbonden was met de ruimte. Maar blijkbaar deed ik het tegenovergestelde: ik maakte me onzichtbaar en sloot me af.

Laatst in mijn les gaf een vrouw op de eerste rij aan dat dit haar tweede yogasessie ooit was. Ik wilde haar daarom laten wisselen met iemand achterin de zaal, zodat ze bij andere studenten kon afkijken. Ik vroeg of iemand met haar van plaats wilde wisselen. Er volgde een ongemakkelijke stilte. Na een tweede poging bood een welwillende student op de valreep aan met haar te ruilen.

Ik begrijp hoe belangrijk een plek in de ruimte kan zijn en dat je deze niet zomaar opgeeft. Sommige studenten beginnen hun eerste les achteraan en komen steeds een matje dichterbij. Anderen blijven in een vaste hoek steken. Of kiezen bewust elke week voor dezelfde plek, vaak aan de zijkant van de zaal of vlak bij de uitgang. Een andere plek die favoriet is: direct voor mijn mat.

Het verschijnsel ‘yogamat als territoriaal domein’ wekt mijn interesse. Studenten schuiven vaak makkelijker op als ik het vriendelijk vraag, dan wanneer ze het onderling moeten regelen. Als ik een houding demonstreer in het midden van de zaal, komen studenten vaak alleen dichterbij als ik ze uitnodig van hun mat af te stappen. Ook wanneer we de muur gebruiken als hulpmiddel voor de uitvoering van een houding, ervaar ik soms aarzeling.

Het blijft natuurlijk gissen, maar ik vermoed dat de plek die studenten en ikzelf innemen in de ruimte reflecteren hoe we in het dagelijks leven bewegen.

Naast een voorkeur die je misschien hebt, deel ik graag enkele tips over plekken die voordeel opleveren:

  • neem je een introducé mee, laat diegene achter jou oefenen, zodat je een voorbeeld bent.
  • heb je last van een blessure of een evenwichtsprobleem, leg je mat dan aan de zijkant dicht bij de muur. De muur kan dienen als steuntje.
  • ben je visueel ingesteld, ga dan achteraan in de hoek. Wanneer je in een hoek oefent, heb je het meeste overzicht in de ruimte. Studenten zijn beter te zien en instructies makkelijker op te volgen, mits de docent beweeglijk is in de ruimte.
  • ben je auditief ingesteld, ga dan in het midden van de ruimte staan. Waar de docent zich dan ook bevindt, het volume is het meest stabiel en de instructies zijn duidelijk te horen.
  • ontvang je graag aanpassingen of aanwijzingen, observeer waar de docent dan vaak heen en weer loopt tijdens het lesgeven en plaats daar dan je mat.

Als je de volgende keer een plaats inneemt binnen een (yoga)ruimte, ga dan eens na wat de keuze ervan over jou kan vertellen. Of neem eens bewust een andere plek in – zeker als je graag honkvast bent. Ervaar hoe je daarmee omgaat en wat er vervolgens gebeurt.

Tot op de dag van vandaag ben ik Marlene dankbaar voor het letterlijk openen van mijn ogen voor de beoefening. Ik voelde me betrapt en ontdekt in het verdomhoekje, wat buiten verwachting prettig was. Ik kon hierdoor met nieuwsgierigheid en net voldoende moed mijn plek in de ruimte innemen. En daarmee zette ik bewust een eerste stap in het nog onbekende.